Begin met een groentebouillon te maken. Laat 2 tot 3 kwartier sudderen.
Ondertussen kook je ook al de aardappelen om straks puree van te maken. Kook een 15tal minuten.
Kruid het gehakt met peper en zout, meng goed door elkaar, rol tot balletjes en leg op een bebloemde schotel zodat de frikadellen niet aan de bodem gaan plakken. De grootte van de ballen kies je zelf, kleintjes of zo groot als pingpongballen.
Haal de groenten uit de groentebouillon en leg er de gehaktballen in. Als de gehaktballen gaar zijn, komen ze mooi naar boven (een 5-tal minuten).
Haal de gehaktballen uit de bouillon en voeg het klein gesneden kalfsstoofvlees toe. Laat al een 5-tal minuten sudderen.
Schil en snijd ondertussen de groenten: de wortelen in 3 en dan in reepjes, de champignons in 4 (of in 2 als je kleine paddenstoelen hebt), de selderstengel in even lange stukken als de wortel, de ui in 8.
Neem een grote pot met dikke bodem en maak de roux: smelt de boter, voeg er de bloem aan toe en laat al roerend (met spatel of houten lepel) drogen totdat het naar koekjes ruikt en niet meer naar bloem.
Neem dan een klopper, voeg een pollepel bouillon toe en klop de klonters uit de bloem in het dikke papje dat zich nu vormt. Blijf roeren tot je een schone, gladde saus hebt. Voeg 3 extra pollepels bouillon toe en voeg de bruine fond toe.
Voeg het kalfsvlees toe, de gehaktballen en de gesneden groten en champignons, roer goed om en zorg ervoor dat je genoeg saus hebt, zodat alles onder staat. Laat het vlees verder garen.
Voor de aardappelpuree pureer je met een aardappelstamper gekookte aardappelen met boter, een ei, peper, zout en nootmuskaat. Voor de juiste vloeibare consistentie voeg je wat room toe en meng opnieuw.
Als het vlees gaar is, giet je een scheutje room bij de kalfsfricassee, proef en breng indien nodig verder op smaak.